WETTELIJKE INDEXERING:

 

 

 BEREKEN DE WETTELIJKE INDEXERING:

 


 Jaar waarin de alimentatie is uitgesproken of overeengekomen:

 Het oorspronkelijke alimentatiebedrag:   Euro: of Gulden: 

 
laden...

 

 

 

 

 

 

DE PERCENTAGES VAN DE WETTELIJKE INDEXERING:

 

1975 + 16%

 

1985 + 0,5%

 

1995 + 1,3%

 

2005 + 1,1%

1976 + 13%

1986 + 1,1%

1996 + 1,1%

2006 + 0,9%

1977 +   7%

1987 + 1,3%

1997 + 1,7%

2007 + 1,8%

1978 +   8%

1988 + 0,5%

1998 + 2,3%

2008 + 2,2%

1979 +   6%

1989 +   1%

1999 + 3,3%

2009 + 3,9%

1980 +   6%

1990 + 1,6%

2000 + 2,5%

2010 + 2,3%

1981 +   4%

1991 + 3,2%

2001 + 3,3%

 

1982 +   3%

1992 + 3,7%

2002 + 4,6%

 

1983 +   6,4%

1993 + 4,2%

2003 + 3,9%

 

1984 +   0%

1994 + 2,5%

2004 + 2,5%

 

 

  

Tenzij de rechter anders heeft uitgesproken (en daadwerkelijk duidelijk vermeld in de grosse dat jaarlijkse verhogingen conform de wettelijke indexering is uitgesloten) geldt er te allen tijde een jaarlijkse wettelijke indexering conform Artikel 1:402a BW.

 

Het indexcijfer wordt jaarlijks vastgesteld door de Minister van Justitie en gaat in op 1 januari van elk jaar. Het indexcijfer is o.a. gebaseerd op de gemiddelde stijging van de CAO-lonen (en niet zoals sommige debiteuren denken gerelateerd aan het eigen inkomen.)

 

De wettelijke indexering geldt automatisch voor alle alimentaties (kinder- en partneralimentatie) tenzij dit door de rechter of in een convenant daadwerkelijk letterlijk en nadrukkelijk is uitgesloten.

 

Indien de indexering niet is uitgesloten doch eveneens niet is geïndexeerd dan kan met maximaal 5 jaar terugwerkende kracht de indexering vorderen.

 

Wettelijke indexering is ook van toepassing als er sprake is van een voorlopige voorziening.

  

 

INGANGSDATUM WETTELIJKE INDEXERING:

 

Als datum voor vaststelling voor de wettelijke indexering geldt de dag waarop de rechter de uitspraak heeft gedaan, dus niet de dag waarop de alimentatie krachtens de uitspraak ingaat zoals de dag waarop de echtscheiding wordt ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand of de dag waarop de alimentatie in  kracht van gewijsde gaat (HR 29 november 1974, NJ 1975, 228).

 

Als de rechter derhalve in september de alimentatieverplichting vaststelt per datum inschrijving van de echtscheiding in de registers van de burgerlijke stand en dit zou  plaats vinden na 1 januari dan wordt de alimentatie zelfs bij ingangsdatum reeds geïndexeerd.

 

Gaat de alimentatie met terugwerkende kracht in vóór 1 januari dan wordt de wettelijke indexering voor dat jaar uitgesloten (HR 14 maart 1980, NJ 1980, 397).

 

Is er een alimentatieovereenkomst (convenant) in een beschikking neergelegd c.q. rechtsgeldig verklaard dan is voor de indexering uitgangspunt de datum van de UITSPRAAK van de rechter (HR NJ 1978, 439) tenzij de partijen in de overeenkomst c.q. het convenant de alimentatie reeds vóór de eerstvolgende 1 januari in laten gaan, dan indexeert de alimentatie gewoon per de eerst volgende 1 januari.

 

 

WETTELIJKE INDEXERING:

 

Artikel 402a boek 1 BW

 

1:402a Lid 1. De bij rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst vastgestelde bedragen voor levensonderhoud worden jaarlijks van rechtswege gewijzigd met een door Onze Minister van Justitie vast te stellen percentage, dat, behoudens het bepaalde in het derde en vierde lid, overeenkomt met het procentuele verschil tussen het indexcijfer der lonen per 30 september van enig jaar en het overeenkomstige indexcijfer in het voorafgaande jaar.

 

1:402a Lid 2. De wijziging gaat in op 1 januari volgende op de in het eerste lid genoemde datum. De beschikking waarin het percentage is vastgesteld, wordt bekend gemaakt in de Staatscourant.

 

1:402a Lid 3. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat onder indexcijfer der lonen wordt verstaan.

 

1:402a Lid 4. Het percentage van de wijziging van de bedragen voor levensonderhoud kan worden afgerond op tienden van een procent. Daarbij vindt, indien van het in het eerste lid bedoelde procentuele verschil het tweede of een volgend cijfer achter de komma vijf bedraagt, voor wat betreft die cijfers afronding naar beneden plaats.

 

1:402a Lid 5. De wijziging van rechtswege kan bij rechterlijke uitspraak of bij overeenkomst geheel of voor een bepaalde tijdsduur worden uitgesloten. Daarbij kan tevens worden bepaald dat en op welke wijze het bedrag voor levensonderhoud anders dan van rechtswege periodiek zal worden gewijzigd.

 

1:402a Lid 6. Bij de uitspraak, waarbij de tweede zin van het vorige lid toepassing heeft gevonden, en ook nadien, kan de rechter een regeling geven omtrent de wijze en de tijdstippen waarop de tot uitkering verplichte persoon aan de tot uitkering gerechtigde persoon gegevens dient te verschaffen ten behoeve van de vaststelling van de wijziging van het bedrag voor levensonderhoud. Deze beslissingen kunnen worden gegeven en nadien worden gewijzigd op verzoek van de tot uitkering verplichte of gerechtigde persoon.

 

1:402a Lid 7. De uitsluiting van de wijziging van rechtswege kan bij rechterlijke uitspraak worden ingetrokken. Voor zover het een uitsluiting betreft waarbij de tweede zin van het vijfde lid niet is toegepast, kan de intrekking alleen geschieden in de gevallen bedoeld in artikel 401 van dit boek.

 

1:402a Lid 8. De tenuitvoerlegging van een executoriale titel betreffende de betaling van levensonderhoud geschiedt met inachtneming van de op het tijdstip van de tenuitvoerlegging ingegane wijzigingen van rechtswege dan wel met inachtneming van de wijzigingen overeenkomstig de tweede zin van het vijfde lid van dit artikel.

 

 

Uitzondering op de regel:
 

In één geval geldt de wettelijke indexering in het geheel niet. Als namelijk
vóór 1 januari 1973 de hoogte van de bedragen in de rechterlijke uitspraak of
in de overeenkomst mede afhankelijk is gesteld van de ontwikkeling van het peil van het inkomen, de lonen of de prijzen, worden deze bedragen niet van rechtswege verhoogd met de vastgestelde percentages. Voor deze alimentatiebedragen blijft dan van kracht wat de rechter heeft bepaald of wat in de overeenkomst staat.

 

 
Uitsluiting van de wettelijke indexering:

 

Bij alimentaties die zijn vastgesteld na de inwerkingtreding van de wet (vanaf
1 januari 1973) kan men afwijken van de algemene indexeringsregeling.
 

Voorbeelden daarvan zijn:

 

Er kunnen redenen zijn om niet mee te doen aan de aanpassing van rechtswege van de alimentatie en om liever vaste bedragen aan te houden. Indien de alimentatieplichtige bijvoorbeeld moet leven van een vast inkomen dat niet meegaat met het loon- en prijspeil, kan automatische stijging van de alimentatie voor hem bezwaarlijk zijn. Men kan dan bij overeenkomst de wettelijke indexering van rechtswege uitsluiten.

 

Ook kan elk van beide partijen aan de rechter vragen die wettelijke indexering uit te sluiten. Men kan de wettelijke indexering ook voor een bepaalde tijd uitsluiten, bijvoorbeeld voor één jaar. Er kan daarvoor reden zijn als de alimentatie aan het eind van het jaar werd vastgesteld en bijvoorbeeld als de alimentatieplichtige niet op korte termijn op inkomensverhoging kan rekenen.

 

Men wil de voorkeur geven aan een andere vorm van automatische aanpassing van de alimentatie, bijvoorbeeld door die te koppelen aan wijzigingen in het salaris van de alimentatieplichtige, of aan een prijsindexcijfer.

 
In artikel 402a Boek 1 BW is uitdrukkelijk vastgelegd dat de rechter die de
wettelijke indexering uitsluit, daarbij tevens kan bepalen dat de alimentatie op een andere wijze dan door de wettelijke indexering zal worden aangepast.

 

De rechter kan hiertoe overgaan op verzoek van de onderhoudsplichtige of de onderhoudsgerechtigde, maar ook ‘ambtshalve’, dat wil zeggen zonder dat hem daartoe formeel is verzocht. Aldus kan de rechter de wijziging van de alimentatie bijvoorbeeld koppelen aan de ontwikkelingen van het inkomen van de alimentatieplichtige, dus een zogenaamde ‘aanpassing op maat’ bewerkstelligen.

 

Maar ook de alimentatieplichtige en de alimentatiegerechtigde zullen in de overeenkomst waarbij zij de wettelijke indexering uitsluiten, in plaats daarvan
zo'n speciaal aanpassingscriterium kunnen opnemen. In dat geval is de gang naar de rechter niet nodig.

 

Indien de rechter een ‘aanpassing op maat’ geeft, kan hij op verzoek tevens
een regeling vaststellen omtrent de wijze en tijdstippen waarop de onderhoudsplichtige aan de onderhoudsgerechtigde gegevens dient te verschaffen ten behoeve van de aanpassing. Zo'n regeling kan eventueel ook later nog aan de rechter worden gevraagd.

 

Ook kan een door de rechter vastgestelde ‘informatieregeling’ op verzoek alsnog door de rechter worden gewijzigd. Mocht uitsluiting van de wettelijke indexering, bij voorbeeld na verloop van tijd, onbillijke verschillen te zien geven met de algemene regeling, dan kan men de rechter verzoeken de uitsluiting ongedaan te maken. Daarna is de algemene regeling weer van toepassing. Indien de rechter tevens een ‘aanpassing op maat’ had vastgesteld, zal de uitsluiting van de wettelijke indexering ook op andere gronden dan die genoemd in artikel 401 Boek 1 BW ongedaan kunnen worden gemaakt. Zo bij voorbeeld indien gebleken is dat de regeling van aanpassing van de onderhoudsbijdrage overeenkomstig het individuele inkomen van de alimentatieplichtige, of overeenkomstig een nog ander criterium, tussen betrokkenen niet bevredigend functioneert.

 

 
Beroep op de rechter:
 

De wettelijke indexering van alimentaties volgt de algemene ontwikkeling van het loonpeil. De individuele omstandigheden kunnen echter sterk afwijken van
die algemene ontwikkeling. In zo'n geval kan men een beroep op de rechter
doen om een vroegere rechterlijke uitspraak of een alimentatieovereenkomst
aan te passen aan de veranderde omstandigheden.

 

Uiteraard blijft het altijd mogelijk met de alimentatiegerechtigde een regeling te treffen. De gang naar de rechter is eerst dán noodzakelijk, indien men onderling niet tot overeenstemming kan komen.

 

 
Rechter en advocaat:
 

In de gevallen, waarin men voor uitkeringen van levensonderhoud de hulp van de rechter wil inroepen, is de hulp van een advocaat noodzakelijk.