|
|
PARTNERALIMENTATIE:
|
|
- Partneralimentatie samen afspreken; - Partneralimentatie via de rechter; - Let op de verjaringstermijn van 3 maanden!
- Kosten;
- Alimentatie-incasso buitenland;
|
|
|
PARTNERALIMENTATIE SAMEN AFSPREKEN:
Bij de scheiding kunnen uw ex-partner en u samen afspraken maken over alimentatiebetaling. Zo’n afspraak wordt in een schriftelijke overeenkomst (scheidingsconvenant) vastgelegd. Dit gebeurt meestal in overleg met de advocaat of de notaris.
Als bij de scheiding is
afgesproken dat er geen alimentatie hoeft te
worden
Ook dan kunnen uw ex-partner en u daar samen een afspraak over maken die schriftelijk wordt vastgelegd en door beiden wordt ondertekend.
Verder kan het zo zijn dat de omstandigheden van uw ex-partner of u zo veranderen dat de afgesproken alimentatieregeling niet meer redelijk is.
U kunt dan samen een andere alimentatieregeling afspreken die schriftelijk wordt vastgelegd en door u allebei wordt ondertekend.
Spreken uw ex-partner en u na verloop van tijd een (andere) alimentatieregeling af, dan gebeurt dat vaak via een advocaat of notaris.
|
|
|
PARTNERALIMENTATIE VIA DE RECHTER:
Kunnen of willen uw ex-partner en u geen afspraken maken over een alimentatieregeling en heeft één van u beiden toch een financiële ondersteuning nodig, dan kan de rechter een alimentatieregeling vaststellen.
De rechter kan partneralimentatie vaststellen als nevenvoorziening bij een scheidingsprocedure. Is dat niet gebeurd, maar heeft na verloop van tijd één van u toch financiële ondersteuning nodig, dan kan de rechter op verzoek van diegene een alimentatieregeling vaststellen.
|
|
|
De hoogte van de partneralimentatie wordt berekend volgens de zogenaamde Tremanormen.
De hoogte is afhankelijk van de behoefte van de minst verdienende partij (lees: de kosten) en de maximale draagkracht van de meest verdienende partij.
Uitgangspunt is dat de ex-partners er door de scheiding niet op achteruit mogen gaan.
Wij kunnen u hier geen handreiking doen hoe hoog in uw geval de alimentatie zou moeten zijn. Wel kunt u een alimentatieberekening laten maken bij Alimentatiehaven. Voor meer informatie: www.alimentatiehaven.nl
|
|
|
DUUR VAN DE PARTNERALIMENTATIE:
Datzelfde geldt als de rechter in
de beschikking heeft aangegeven hoelang de
alimentatieverplichting duurt.
De alimentatieregeling eindigt in
elk geval als één van de ex-partners
overlijdt.
Ook eindigt de betalingsverplichting als degene
die partneralimentatie ontvangt,
MAAR, LET WEL:
Het bepaalde in Art. 1:160 BW is niet van dwingend recht.
Partijen kunnen bij overeenkomst (bij voorbeeld in het echtscheidingsconvenant) van deze bepaling afwijken door te bepalen dat de onderhoudsgerechtigde zijn alimentatierechten zal blijven behouden, ook wanneer hij/zij met een ander gaat huwen of samenwonen als waren zij gehuwd (HR 31 oktober 1975, NJ 1976, 497 en HR 22 juli 1981, Ni 1982, 12 Mnt EAAL).
Het is dus mogelijk dat
Art. 1:160
BW van toepassing is, maar desondanks de onderhoudsplicht van de eerste echtgenoot blijft
bestaan.
Herleving partneralimentatie:
Indien de partijen géén afwijkende afspraken maken dan eindigt de alimentatie bij samenleving, geregistreerd partnerschap of huwelijk definitief. Als deze nieuwe samenleving, partnerschap of huwelijk korte of lange tijd later eindigt dan herleeft de partneralimentatie niet.
Regels sinds 1 juli 1994:
Sinds 1 juli 1994 zijn er wettelijke regels voor de tijd dat er partneralimentatie moet worden betaald. Deze regels zijn van toepassing op een alimentatieregeling die op of na 1 juli 1994 door de ex-partners is afgesproken of door de rechter is vastgesteld.
In de wet is ook een regeling opgenomen voor langlopende alimentaties die vóór 1 juli 1994 zijn afgesproken of vastgesteld. Natuurlijk gelden deze regels alleen voor alimentatie na beëindiging van het huwelijk door scheiding.
Als uw ex-partner en u op of ná 1 juli 1994 een alimentatieregeling hebben afgesproken of als de rechter op of ná 1 juli 1994 een alimentatieregeling heeft vastgesteld, beperkt de wet de alimentatieplicht voor de ex-partner in principe tot twaalf jaar.
De wettelijke alimentatieplicht kan ook een kortere periode duren.
Is er sprake van een huwelijk zonder kinderen dat niet langer dan vijf jaar heeft geduurd, dan stopt de alimentatie automatisch als de wettelijk toegestane periode voorbij is (net zo lang als het huwelijk heeft geduurd).
Als degene die alimentatie ontvangt, trouwt of gaat samenwonen met iemand anders alsof zij getrouwd of een geregistreerd partnerschap aangegaan zijn, blijft uiteraard de regel gelden dat de alimentatie dan stopt.
Als de rechter een alimentatieregeling vaststelt, kan hij of zij dat voor maximaal twaalf jaar doen. Heeft de rechter geen termijn vastgesteld, dan eindigt de alimentatieplicht automatisch na twaalf jaar.
Bij een scheiding van tafel en bed, begint de termijn te lopen op het moment dat de beschikking van scheiding van tafel en bed definitief is geworden.
Bent u eerst van tafel en bed gescheiden en is daarna het huwelijk door de rechter ontbonden, dan is de totale periode waarin alimentatie moet worden betaald, ook twaalf jaar (of de periode van maximaal vijf jaar), te rekenen vanaf het moment dat de beslissing van de rechter over de scheiding van tafel en bed definitief is geworden.
Het geregistreerd partnerschap kent niet de scheiding van tafel en bed en de ontbinding daarna.
Het huwelijk begint op de dag
dat u trouwt en eindigt op de dag dat de
echtscheidingsbeschikking is ingeschreven in de
registers van de burgerlijke stand.
Voor het tijdstip van de totstandkoming van de scheiding van tafel en bed is beslissend het tijdstip van inschrijving van de beschikking van de rechter in het huwelijksgoederenregister. Het huwelijksgoederenregister wordt ter griffie van de rechtbank gehouden.
Het geregistreerd
partnerschap begint op de dag dat het wordt
gesloten en eindigt op de dag van inschrijving
in de registers van de burgerlijke stand van de
beschikking tot beëindiging of van een
verklaring dat een beëindigingovereenkomst is
gesloten.
VERLENGING:
Verlenging is alleen mogelijk, als het voor de ex-partner die alimentatie ontvangt bijzonder onredelijk zou zijn als de alimentatiebetaling zou stoppen.
Als u om verlenging vraagt, gaat de rechter na of u echt in heel ernstige problemen komt als de betalingen stoppen. Zo’n verzoek om verlenging van de alimentatie moet u uiterlijk binnen drie maanden nadat de periode van twaalf jaar om is, indienen bij de rechtbank.
LET OP DE WETTELIJKE VERJARINGSTERMIJN VAN 3 MAANDEN:
De alimentatiegerechtigde moet binnen een termijn van drie maanden na het verstrijken van de 12-jarige termijn om verlenging vragen. Recent hebben twee rechtbanken zich gebogen over de vraag wat er met een dergelijk verzoek moet gebeuren als het te laat wordt ingediend.
De rechtbank Haarlem besliste op 11 maart 2008 (LJN BC7301) dat de vrouw ontvankelijk was in haar verzoek. De man had na het verstrijken van de 12-jarige termijn de alimentatie gedurende drie maanden doorbetaald en de vrouw in de waan gelaten dat de alimentatieverplichting zou voortbestaan. De vrouw heeft direct na staking van de alimentatie een verzoek om verlenging ingediend. De rechtbank vindt dat de man geen beroep op verjaring van de drie maandstermijn kan doen, nu hij de vrouw in de waan heeft gelaten dat de alimentatieplicht zou voortbestaan.
In een andere zaak oordeelde het Hof 's-Hertogenbosch (27 maart 2008, LJN BC8338) minder soepel, en had daar ook weinig aanleiding toe. De vrouw verzocht ruim zes maanden na beëindiging van de 12-jarige termijn om verlenging van de onderhoudsverplichting. Het Hof verklaart de vrouw niet ontvankelijk in haar verzoek, nu zij haar verzoek niet binnen de wettelijke termijn van drie maanden heeft gedaan. Het betreft volgens het Hof een vaste termijn met als achterliggende gedachte dat er rechtszekerheid en rechtsgelijkheid dient te zijn als het de duur c.q. het voortbestaan van onderhoudsverplichting betreft.
Indien u overweegt een verlenging van de onderhoudsverplichting te verzoeken na het verstrijken van de 12-jarige termijn, doe dit dan tijdig vóór het verstrijken van deze termijn, of uiterlijk binnen drie maanden na het verstrijken van de 12-jarige termijn.
Als er al vóór 1 juli 1994 alimentatie werd betaald, omdat uw ex-partner en u dat hebben afgesproken of omdat de rechter dat heeft bepaald, eindigt de alimentatieregeling niet automatisch na een bepaalde periode.
Hebben uw ex-partner en u wél een termijn afgesproken of is er in de beschikking een termijn genoemd, dan eindigt de plicht uiteraard als die termijn om is.
De wettelijke regels voor de tijd dat alimentatie betaald moet worden, zijn bedoeld voor alimentatieregelingen die vanaf 1 juli 1994 zijn afgesproken of vastgesteld. Maar voor alimentaties die vóór 1 juli 1994 zijn afgesproken of definitief zijn vastgesteld en die al vijftien jaar of langer worden betaald, is er ook een regeling in de ’Wet limitering alimentatie’ opgenomen. Die regeling houdt in dat de ex-partner die al vijftien jaar of langer alimentatie betaalt aan de rechter kan vragen om de alimentatieplicht te beëindigen. Ook hier kan het zowel om de periode ná de echtscheiding als om de periode ná de scheiding van tafel en bed gaan.
De rechter kan bepalen dat de betalingen meteen stoppen.
|
|
|
Vraagt de alimentatiegerechtigde ex-partner bij de scheiding of enige tijd na de scheiding een bijstandsuitkering aan, dan vraagt de gemeentelijke sociale dienst aan de andere ex-partner een opgaaf van alle financiële gegevens. Dit om te kunnen beoordelen of (een deel van) de bijstand op hem of haar kan worden verhaald.
Lees verder over het verhaalsrecht van de gemeente >>>
|
|
|
Als de omstandigheden van uw ex-partner of u wijzigen, kan na verloop van tijd het vastgestelde of afgesproken alimentatiebedrag niet meer redelijk zijn. De rechter kan dan op verzoek van (één van) u beiden een ander bedrag vaststellen. Dat kan ook als de rechter bij zijn of haar eerdere beslissing is uitgegaan van verkeerde of van onvolledige gegevens.
|
|
|
Alle stukken die naar de rechtbank moeten worden gestuurd, moet u via uw advocaat sturen.
U kunt ook bij een Juridisch Loket advies vragen.
De Vereniging van Familierecht Advocaten en -Scheidingsbemiddelaars is gespecialiseerd in scheidings- en alimentatiezaken en scheidingsbemiddeling en alles wat daarbij komt kijken.
|
|
|
Als u de kosten voor de advocaat niet (helemaal) kunt betalen, kunt u in een aantal gevallen een ’toegevoegd’ advocaat krijgen. Dit betekent dat de overheid een deel van de kosten voor haar rekening neemt. U betaalt dan wel een eigen bijdrage. Hoe hoog die eigen bijdrage is, hangt af van uw inkomen en vermogen.
Wilt u in aanmerking komen voor een toevoeging, dan stelt uw rechtsbijstandverlener (advocaat of mediator) samen met u een aanvraag op.
Uw rechtsbijstandverlener stuurt de aanvraag naar de Raad voor Rechtsbijstand. Daar gaat men na of u voor een toevoeging in aanmerking komt. Als u een toevoeging krijgt, komt u ook in aanmerking voor vermindering van het griffierecht.
|
|
|
Uw advocaat stelt dit verzoekschrift op. Hierin moeten zowel uw naam, voornamen, geboortedatum en adres worden vermeld als de naam, voornamen, geboortedatum en adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend) van uw ex-partner.
Gaat het (tevens) om een verzoek om kinderalimentatie voor een minderjarig kind, dan moeten ook de naam, voornamen, geboortedatum en adres van het minderjarige kind worden vermeld.
Gaat het om een alimentatieverzoek van een meerderjarig kind, dan moeten naast de eigen gegevens de naam, voornamen en het adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend) van de ouder worden vermeld van wie de financiële bijdrage wordt gevraagd.
Verder moet in het verzoekschrift staan waarom de alimentatie moet worden vastgesteld, gewijzigd of beëindigd.
Uw advocaat stuurt het
verzoekschrift naar de griffie van de rechtbank.
De griffier van de rechtbank
stuurt een afschrift van het verzoek naar uw
Het verzoekschrift voor alimentatievaststelling, wijziging of beëindiging moet uw advocaat indienen bij de rechtbank in het arrondissement waar u woont.
Als u niet in Nederland woont maar uw ex-partner (of ouder) wel, stuurt u het verzoek naar de rechtbank in het arrondissement waar uw ex-partner (of ouder) woont.
Woont u geen van beiden in Nederland, dan stuurt u het verzoek naar de rechtbank in Den Haag.
Als uw ex-partner (of ouder) het niet eens is met uw verzoek, moet hij of zij binnen korte termijn via een advocaat een verweerschrift indienen. De rechter kan die termijn (op verzoek) verlengen.
Als het verweerschrift binnen is, krijgen uw ex-partner (of ouder) en u een oproep voor een zitting.
Bij de zitting van de rechtbank is geen publiek aanwezig (besloten zitting).
Tijdens de zitting mogen beide partijen hun verhaal vertellen.
De rechter moet de behoefte van de ene partij afwegen tegen de draagkracht van de andere partij.
Het kan dus best zo zijn dat de één het gevraagde bedrag nodig heeft om rond te komen, maar dat de ander dat bedrag absoluut niet kan opbrengen. De rechter kan dan nooit het gevraagde bedrag als alimentatie vaststellen.
Hebt u bijvoorbeeld geen eigen inkomsten, maar kunt u wel werken, dan houdt de rechter daar rekening mee. Ook houdt de rechter rekening met de woonkosten. Misschien kunt u goedkoper gaan wonen, of een deel van het huis verhuren. Misschien zijn er nog kinderen thuis die al verdienen. De rechter kijkt dan of zij kostgeld kunnen betalen. Het gaat er dus niet om of iets wel of niet gebeurt. Voor de rechter is van belang of iets in redelijkheid kan worden gevraagd.
De volgende inkomsten en uitgaven
zijn van belang voor het oordeel van
Beslissing:
Na de zitting neemt de rechter een beslissing. Die beslissing wordt schriftelijk vastgelegd. Dit wordt een beschikking genoemd. U krijgt de beschikking normaal gesproken via uw advocaat toegestuurd.
Hoger
beroep en cassatie:
Als u het niet eens bent met de
beslissing van de rechter, kunt u in hoger
beroep
U stuurt dan via uw advocaat, een verzoekschrift naar het hof. Het hof behandelt de zaak helemaal opnieuw en geeft ook weer een beschikking.
De procedure die dan wordt gevolgd, is dezelfde als de procedure bij de rechtbank.
Bent u het ook niet eens met de beslissing van het hof, dan kunt u via uw advocaat beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad behandelt de zaak niet opnieuw. De Hoge Raad kijkt alleen of de rechters het recht juist hebben toegepast. Dat betekent dat er niet wordt nagegaan of de feitelijke omstandigheden, zoals die in de stukken staan, kloppen. Ook wordt u niet opnieuw gehoord.
Als u in hoger beroep wilt bij het hof of cassatie wilt instellen bij de Hoge Raad, moet u dat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van de rechter doen.
|
|
|
Rechtstreeks een deurwaarder inschakelen is echter op zich ook weer een groot probleem daar de meeste gerechtsdeurwaarders alleen zaken aannemen via een advocaat of andere incassobureaus.
Indien u géén vonnis heeft van de rechtbank waarin de alimentatie gevonniste wordt of een vonnis waarin een alimentatieregeling als gevonnist beschouwd moet worden dan kunt u doorgaans ook niet bij een gerechtsdeurwaarder terecht.
n principe wordt u dan doorverwezen naar een advocaat welks buitengerechtelijk kan vorderen en bij in gebreke blijven rest u niets anders dan de rechtbank te verzoeken de alimentatieplichtige te veroordelen tot de betaling van alimentatie.
Uiteraard kunt u ons verzoeken naar uw zaak te kijken en advies uit brengen wat u in uw geval het beste kunt doen. Indien mogelijk en gewenst kunnen wij uw zaak aannemen ter incasso.
|
|
|
ALIMENTATIE-INCASSO BUITENLAND:
Mede door "Het verdrag van New York" kan deze uw alimentatieclaim coördineren naar het buitenland.
Het LBIO is van overheidswege belast met de incasso van kinderalimentatie in Nederland en in het buitenland maar ook voor partneralimentatie in het buitenland (niet in het binnenland).
Het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) is een overheidsinstantie die de Wet LBIO uitvoert en daarmee ook partneralimentatie in het buitenland laat incasseren.
Het LBIO coördineert de zaak naar de buitenlandse partner die in dat land c.q. die regio belast is met de buitenlandse alimentatie incasso.
MEER INFORMATIE OVER HET LBIO >>>
|
|
|
|