KINDERALIMENTATIE:

 

 

 - Kinderalimentatie samen afspreken;

 - Kinderalimentatie via de rechter;

 - Gezamenlijk gezag;

 - Hoogte kinderalimentatie;

 - Kinderen, studiefinanciering en/of eigen inkomen;

 - Duur kinderalimentatie;

 

 - Ook kinderalimentatie vaak (beperkt) fiscaal aftrekbaar;

 

 - Gewijzigde omstandigheden;

 - Rechtsbijstand;

 - Kosten;

 - Hoe verloopt de procedure;

 

 - Alimentatie-incasso;

 - Alimentatie-incasso buitenland;

 

 

KINDERALIMENTATIE SAMEN AFSPREKEN:

 

Ook over alimentatie voor minderjarige kinderen kunnen uw ex-partner en u als ouders in het scheidingsconvenant een afspraak maken. In dat geval bekijkt de rechter of het overeengekomen bedrag naar verhouding niet veel te laag is. Als de rechter dat nodig vindt, kan hij of zij een ander bedrag vaststellen.

 

 

KINDERALIMENTATIE VIA DE RECHTER:

 

Ook als u als ouders samen geen afspraken kunt maken over kinderalimentatie voor een minderjarig kind, stelt de rechter een bedrag per kind vast dat meestal maandelijks moet worden betaald.

 

De rechter kan ook voor meerderjarige kinderen een bedrag vaststellen dat de meerderjarige van de ouder(s) moet krijgen als ouder(s) en kind er niet samen uitkomen.

 

De rechter kan in de beslissing ook voorwaarden opnemen. Is er een rechterlijke uitspraak gegeven over de financiële bijdrage, dan blijft deze gelden boven de onderlinge afspraak.

 

Wil de betalende ouder of het kind de hoogte van de ouderbijdrage wijzigen en komt men er samen niet uit, dan kan een wijzigingsverzoek worden ingediend bij de rechtbank.

 

 

GEZAMENLIJK GEZAG van ouder en niet-ouder.

 

Het is mogelijk dat één van de ouders samen met een partner die niet de ouder van het kind is, het gezamenlijk gezag over een kind uitoefent. De niet-ouder heeft dan net als de ouder een onderhoudsplicht.

 

Houdt het gezamenlijk gezag op te bestaan en wijst de rechter het gezag toe aan de ouder, dan blijft deze ouder onderhoudsplichtig tot het kind 21 jaar is. Ook de niet-ouder die niet langer het gezag heeft, heeft dan nog een onderhoudsplicht. Deze duurt net zo lang als het gezamenlijk gezag heeft geduurd. Als het gezamenlijk gezag bijvoorbeeld 5 jaar heeft geduurd, duurt de onderhoudsplicht nog 5 jaar voort na het beëindigen van het gezamenlijk gezag. In uitzonderingsgevallen kan de rechter een langere periode vaststellen.

 
Een stiefouder heeft dezelfde financiële verplichting als een eigen ouder, als de
stiefouder met de eigen ouder van het kind is getrouwd of een geregistreerd
partnerschap is aangegaan en mits het kind tot het gezin van de stiefouder en
de eigen ouder behoort.

 

Dit geldt ook tijdens het huwelijk of geregistreerd partnerschap als de stiefouder geen gezag over het kind uitoefent. De financiële verplichting van de stiefouder die geen gezag over het kind uitoefent, houdt op als het huwelijk of geregistreerd partnerschap eindigt).

 

 

HOOGTE KINDERALIMENTATIE:

 

Ook de hoogte van de kinderalimentatie wordt berekend volgens de zogenaamde Tremanormen.

 

De hoogte is afhankelijk van de behoefte van de kinderen (lees: de kosten) en de maximale draagkracht van de alimentatieplichtige.

 

Uitgangspunt is dat een kind er door de scheiding niet op achteruit mag gaan.

 

Wij kunnen u hier geen handreiking doen hoe hoog in uw geval de alimentatie zou moeten zijn. Wel kunt u een alimentatieberekening laten maken bij Alimentatiehaven. Voor meer informatie: www.alimentatiehaven.nl

 

 

KINDEREN, STUDIEFINANCIERING EN/OF EIGEN INKOMEN:

 

Ouderlijke bijdrage:

 

De Informatie Beheer Groep (IB-Groep) stelt de ouderlijke bijdrage vast. De ouderlijke bijdrage is het bedrag wat ouders kunnen bijdragen in de school- of studiekosten en in het levensonderhoud van het kind.

 

De ouderlijke bijdrage wordt vastgesteld aan de hand van de inkomens van de ouders. Het bedrag geldt als een zwaarwegend advies naar de ouders. Er wordt van uitgegaan dat de ouders dit bedrag ook daadwerkelijk betalen of in natura vergoeden. Het betalen van dit bedrag is echter geen verplichting. Wordt het bedrag niet betaald, dan zijn daar geen sancties aan verbonden. Het kan in het nadeel zijn van het kind, als het bedrag niet wordt afgedragen.

 

Kinderalimentatie staat los van de ouderlijke bijdrage.

 

Bij het bepalen van deze bijdrage wordt geen rekening gehouden met het betalen van kinderalimentatie. Het is aan de ouders te bepalen of de kinderalimentatie onderdeel uitmaakt van de ouderlijke bijdrage of niet. De ouderlijke bijdrage kan (voor een deel) in de plaats komen van de kinderalimentatie. Het betalen van de ouderlijke bijdrage betekent dus niet dat men geen kinderalimentatie (meer) hoeft te betalen.

 

De ouders kunnen niet eenzijdig het kinderalimentatiebedrag verlagen. Het betekent ook niet dat men verplicht is de ouderlijke bijdrage plus de kinderalimentatie te betalen. De ouders zijn vrij om te bepalen hoe hiermee om te gaan.

 

Bij meerderjarige kinderen speelt de Wet studiefinanciering ook een rol. Als het
kind studiefinanciering heeft en er wordt een relatief laag alimentatiebedrag
afgesproken, kan het zijn dat het kind voor een hoger bedrag wordt gekort op
de aanvullende beurs.

 

Meer informatie over alimentatie en StuFi vindt u op de website van de IB-Groep

 

 

DUUR KINDERALIMENTATIE:

 

Kinderalimentatie is de onderhoudsbijdrage ten behoeve van minderjarige kinderen tot de leeftijd van 18 jaar.

 

Jongmeerderjarige kinderen van 18 - 21 jaar hebben een zelfstandig recht op een bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie.

 

Een jongmeerderjarige kan een verzoek tot vaststelling van een bijdrage bij de rechter indienen, ook als de gezinssituatie nog intact is.

 

Vanaf 18 jaar dient de kinderalimentatie rechtstreeks aan het kind betaald te worden, tenzij het kind anders beslist.

 

De onderhoudsplicht vervalt zodra een kind van 18 jaar of ouder gaat werken

en derhalve in het eigen levensonderhoud moet kunnen voorzien.

 

Voor kinderen van 18 tot 21 jaar geldt dus een zogenaamde "voortgezette onderhoudsplicht".

 

De ouders moeten de kosten voor levensonderhoud en studie betalen. Het gaat hier om een verschil in formulering, dat niet van invloed is op de omvang van de onderhoudsplicht.

 

BW1, Boek 1, Titel 17, Afdeling 1 Artikel 395b:

 

Heeft de rechter het bedrag bepaald, dat een ouder (of stiefouder) ter zake van de verzorging en opvoeding van zijn minderjarig kind (of stiefkind) moet betalen en is deze verplichting tot aan het meerderjarig worden van het kind van kracht geweest, dan geldt met ingang van dit tijdstip de rechterlijke beslissing als een tot bepaling van het bedrag ter zake van levensonderhoud en studie.

 

 

De hoogte van de kinderalimentatie wijzigt dus in principe niet... 

 

Uiteraard kunnen ouders/verzorgers en kind(eren) gezamenlijk tot andere afspraken komen.

 

Indien het kind en de alimentatieplichtige onderling niet tot overeenkomst kunnen komen is de alimentatieplichtige gehouden aan de betaling van hetzelfde alimentatiebedrag. 

 

Als de alimentatieplichtige vermindering of nihilstelling van de alimentatie redelijk vind dan dient deze zich hiervoor tot de rechtbank te wenden.

 

 

OOK KINDERALIMENTATIE (VAAK) BEPERKT FISCAAL AFTREKBAAR:

 

Mits de kinderalimentatie minimaal € 136,- per maand (2010) bedraagt dan is de kinderalimentatie voor een deel fiscaal aftrekbaar.

 

     Lees verder over het fiscaal aftrekbaar zijn van kinderalimentatie >>>

 

 

BIJSTAND (Gemeente):

 

Vraagt de alimentatiegerechtigde ex-partner bij de scheiding of enige tijd na de scheiding een bijstandsuitkering aan, dan vraagt de gemeentelijke sociale dienst aan de andere ex-partner een opgaaf van alle financiële gegevens. Dit om te kunnen beoordelen of (een deel van) de bijstand op hem of haar kan worden verhaald.

 

     Lees verder over het verhaalsrecht van de gemeente >>>

 

 

GEWIJZIGDE OMSTANDIGHEDEN:

 

Als de omstandigheden van uw ex-partner of u wijzigen, kan na verloop van tijd het vastgestelde of afgesproken alimentatiebedrag niet meer redelijk zijn. De rechter kan dan op verzoek van (één van) u beiden een ander bedrag vaststellen. Dat kan ook als de rechter bij zijn of haar eerdere beslissing is uitgegaan van verkeerde of van onvolledige gegevens.

 
Tenslotte kan de rechter ook een afspraak in een scheidingsconvenant wijzigen of intrekken. Zoiets kan gebeuren als één van u een heel verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven en de ander dat destijds als juist heeft aangenomen. Er is dan, zoals dat heet, sprake van ’grove miskenning van behoefte of draagkracht’.

 

 

RECHTSBIJSTAND:

 
Als u een verzoek om vaststelling, wijziging of beëindiging van de alimentatie
doet, bent u verplicht om een advocaat in te schakelen.

 

Alle stukken die naar de rechtbank moeten worden gestuurd, moet u via uw advocaat sturen.

 
Uw advocaat vertegenwoordigt u ook op de zitting bij de rechtbank.

 

U kunt ook bij een Juridisch Loket advies vragen.

 

De Vereniging van Familierecht Advocaten en -Scheidingsbemiddelaars is gespecialiseerd in scheidings- en alimentatiezaken en scheidingsbemiddeling en alles wat daarbij komt kijken.

 

 

KOSTEN:

 
Een procedure bij de rechtbank kost geld. Naast de kosten voor de advocaat
moet u een bijdrage betalen in de kosten van de rechtspraak. Dit is het griffierecht.
 

Als u de kosten voor de advocaat niet (helemaal) kunt betalen, kunt u in een
aantal gevallen een ’toegevoegd’ advocaat krijgen. Dit betekent dat de overheid een deel van de kosten voor haar rekening neemt. U betaalt dan wel een eigen bijdrage. Hoe hoog die eigen bijdrage is, hangt af van uw inkomen en vermogen.

 

Wilt u in aanmerking komen voor een toevoeging, dan stelt uw rechtsbijstandverlener (advocaat of mediator) samen met u een aanvraag op.

 

Uw rechtsbijstandverlener stuurt de aanvraag naar de Raad voor Rechtsbijstand. Daar gaat men na of u voor een toevoeging in aanmerking komt. Als u een toevoeging krijgt, komt u ook in aanmerking voor vermindering van het griffierecht.

 

     Meer info >>>

 

 

HOE VERLOOPT DE PROCEDURE:

 
Een procedure ter vaststelling, wijziging of beëindiging van alimentatie begint
altijd met een verzoekschrift.

 

Uw advocaat stelt dit verzoekschrift op. Hierin moeten zowel uw naam, voornamen, geboortedatum en adres worden vermeld als de naam, voornamen, geboortedatum en adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend) van uw ex-partner.

 

Gaat het (tevens) om een verzoek om kinderalimentatie voor een minderjarig kind, dan moeten ook de naam, voornamen, geboortedatum en adres van het minderjarige kind worden vermeld.

 

Gaat het om een alimentatieverzoek van een meerderjarig kind, dan moeten naast de eigen gegevens de naam, voornamen en het adres of werkelijke verblijfplaats (voor zover bekend) van de ouder worden vermeld van wie de financiële bijdrage wordt gevraagd.

 

Verder moet in het verzoekschrift staan waarom de alimentatie moet worden vastgesteld, gewijzigd of beëindigd.

 

Uw advocaat stuurt het verzoekschrift naar de griffie van de rechtbank.
 

De griffier van de rechtbank stuurt een afschrift van het verzoek naar uw
ex-partner (of ouder).

 

 
Waar moet uw verzoek naar toe:

 

Het verzoekschrift voor alimentatievaststelling, wijziging of beëindiging moet uw advocaat indienen bij de rechtbank in het arrondissement waar u woont.

 

Als u niet in Nederland woont maar uw ex-partner (of ouder) wel, stuurt u het verzoek naar de rechtbank in het arrondissement waar uw ex-partner (of ouder) woont.

 

Woont u geen van beiden in Nederland, dan stuurt u het verzoek naar de rechtbank in Den Haag.

 

 
Verweer:

 

Als uw ex-partner (of ouder) het niet eens is met uw verzoek, moet hij of zij binnen korte termijn via een advocaat een verweerschrift indienen. De rechter kan die termijn (op verzoek) verlengen.

 
In het verweerschrift moet uw ex-partner (of ouder) aangeven waarom hij of zij
geen alimentatie wil of kan betalen of waarom de alimentatie niet kan worden
gewijzigd of beëindigd.

 

Als het verweerschrift binnen is, krijgen uw ex-partner (of ouder) en u een oproep voor een zitting.

 
Als er binnen de termijn die de rechter in de oproepingsbrief heeft gesteld
geen verweerschrift bij de rechtbank is binnengekomen, heeft er meestal geen
zitting plaats. De rechter neemt dan alleen op basis van het verzoek een
beslissing. Alleen als het (tevens) om kinderalimentatie gaat voor een minderjarig
kind van 16 of 17 jaar, bepaalt de rechter dat er toch een zitting plaats heeft.
 

 
Zitting:

 

Bij de zitting van de rechtbank is geen publiek aanwezig (besloten zitting).

 

Tijdens de zitting mogen beide partijen hun verhaal vertellen.

 
Als er geen verweerschrift is ingediend en er wel een zitting plaats heeft, kan de
rechter bepalen dat tijdens de zitting alsnog een verweerschrift mag worden
ingediend.

 
Aan het einde van de zitting deelt de rechter mee op welk moment de beslissing zal worden genomen.

 

 
Waar houdt de rechter rekening mee:

 
De rechter moet bij zijn of haar beslissing rekening houden met de behoefte
van degene die alimentatie vraagt of ontvangt en de draagkracht van degene
die alimentatie moet betalen of betaalt.

 

De rechter moet de behoefte van de ene partij afwegen tegen de draagkracht van de andere partij.

 

Het kan dus best zo zijn dat de één het gevraagde bedrag nodig heeft om rond te komen, maar dat de ander dat bedrag absoluut niet kan opbrengen. De rechter kan dan nooit het gevraagde bedrag als alimentatie vaststellen.

 
De rechter moet de financiële gevolgen van de scheiding zo eerlijk mogelijk
over beide partijen verdelen.

 

Hebt u bijvoorbeeld geen eigen inkomsten, maar kunt u wel werken, dan houdt de rechter daar rekening mee. Ook houdt de rechter rekening met de woonkosten. Misschien kunt u goedkoper gaan wonen, of een deel van het huis verhuren. Misschien zijn er nog kinderen thuis die al verdienen. De rechter kijkt dan of zij kostgeld kunnen betalen. Het gaat er dus niet om of iets wel of niet gebeurt. Voor de rechter is van belang of iets in redelijkheid kan worden gevraagd.

 
De rechter baseert zijn of haar beslissing op de informatie in het verzoekschrift
en het verweerschrift en op de informatie die uw ex-partner (of ouder of meerderjarig kind) en u op de zitting geven. Geef daarom zowel in uw verzoekschrift/verweerschrift als op de zitting alle informatie die van belang is. Zowel over u zelf, als over de situatie van de andere partij. Het moet wel om
zakelijke informatie gaan, die voor de vaststelling van de alimentatie van
belang is en waarvan u de bewijsstukken moet laten zien.

 

De volgende inkomsten en uitgaven zijn van belang voor het oordeel van
de rechter:

  • inkomsten uit arbeid;

  • inkomsten uit nevenarbeid;

  • studiefinanciering;

  • uitkeringen;

  • pensioen;

  • inkomsten uit onderhuur;

  • rente en andere inkomsten uit vermogen;

  • bijdragen aan het huishouden van anderen, met wie u een gemeenschappelijke huishouding voert;

  • bestaande mogelijkheden om inkomsten uit te breiden;

  • opgaven over uw vermogen;

  • huurbetalingen;

  • aflossingen van uw hypotheek en rente, alsmede de vaste lasten. Daarbij moet u ook het deel van de hypotheek vermelden dat nog niet is afbetaald.
    Elk jaar geeft de hypotheekbank een overzicht van het nog af te lossen
    hypotheekbedrag.

  • verzekeringen;

  • noodzakelijke regelmatige reiskosten;

  • financiële verplichtingen voor anderen;

  • kosten van bijzondere medische verzorging voor u zelf of voor uw gezinsleden

  • kosten voor de verwerving van inkomsten;

  • eventueel ook opgaven van uw schulden.

 

Beslissing:

 

Na de zitting neemt de rechter een beslissing. Die beslissing wordt schriftelijk vastgelegd. Dit wordt een beschikking genoemd. U krijgt de beschikking normaal gesproken via uw advocaat toegestuurd.

 

 

Hoger beroep en cassatie:
 

Als u het niet eens bent met de beslissing van de rechter, kunt u in hoger beroep
gaan bij het gerechtshof.

 

U stuurt dan via uw advocaat, een verzoekschrift naar het hof. Het hof behandelt de zaak helemaal opnieuw en geeft ook weer een beschikking.

 

De procedure die dan wordt gevolgd, is dezelfde als de procedure bij de rechtbank.

 

Bent u het ook niet eens met de beslissing van het hof, dan kunt u via uw advocaat beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad behandelt de zaak niet opnieuw. De Hoge Raad kijkt alleen of de rechters het recht juist hebben toegepast. Dat betekent dat er niet wordt nagegaan of de feitelijke omstandigheden, zoals die in de stukken staan, kloppen. Ook wordt u niet opnieuw gehoord.

 

 
Termijn:

 

Als u in hoger beroep wilt bij het hof of cassatie wilt instellen bij de Hoge Raad, moet u dat binnen drie maanden na de dag van de uitspraak van de rechter doen.

 

 

ALIMENTATIE-INCASSO:

 
Daar waar voor kinderalimentatie tot 6 maanden terugwerkende kracht het LBIO ingeschakeld kan worden voor de incasso bent u voor de incasso aangewezen op gerechtsdeurwaarders.

 

Rechtstreeks een deurwaarder inschakelen is echter op zich ook weer een groot probleem daar de meeste gerechtsdeurwaarders alleen zaken aannemen via een advocaat of andere incassobureaus.

 

Indien u géén vonnis heeft van de rechtbank waarin de alimentatie gevonnist wordt of een vonnis waarin een alimentatieregeling als gevonnist beschouwd moet worden dan kunt u doorgaans ook niet bij een gerechtsdeurwaarder terecht.

 

In principe wordt u dan doorverwezen naar een advocaat welks buitengerechtelijk kan vorderen en bij in gebreke blijven rest u niets anders dan de rechtbank te verzoeken de alimentatieplichtige te veroordelen tot de betaling van alimentatie.

 

Uiteraard kunt u ons verzoeken naar uw zaak te kijken en advies uit brengen wat u in uw geval het beste kunt doen. Indien mogelijk en gewenst kunnen wij uw zaak aannemen ter incasso.

 

 

ALIMENTATIE-INCASSO BUITENLAND:

 
Indien de alimentatiebetaler in het buitenland woont en in gebreke is met de betaling van PARTNERALIMENTATIE dan kunt u weer wél het LBIO inschakelen.

 

Mede door "Het verdrag van New York" kan deze uw alimentatieclaim coördineren naar het buitenland.

 

Het LBIO is van overheidswege belast met de incasso van kinderalimentatie in Nederland en in het buitenland maar ook voor partneralimentatie in het buitenland (niet in het binnenland).

 

Het LBIO (Landelijk Bureau Inning Onderhoudsbijdragen) is een overheidsinstantie die de Wet LBIO uitvoert en daarmee ook partneralimentatie in het buitenland laat incasseren.

 

Het LBIO coördineert de zaak naar de buitenlandse partner die in dat land c.q. die regio belast is met de buitenlandse alimentatie incasso.

 

MEER INFORMATIE OVER HET LBIO >>>